h
Persbericht

Meer kinderverzorg(st)ers in de kleuterklas: hoera?

Extra kinderverzorg(st)ers zijn erg welkom op school, maar vandaag zetten we die helaas niet doeltreffend in. Hoe zorgen we er wél voor dat extra kinderverzorg(st)ers een meerwaarde zijn op school? In samenwerking met onder andere onze opleidingen Kleuteronderwijs en Pedagogie van het Jonge Kind formuleerde  het VBJK (Centrum voor Vernieuwing in de Basisvoorzieningen voor Jonge Kinderen) zes aanbevelingen.

Vlaanderen zet sterk in op kleuterparticipatie. Want als kleuters naar school gaan, heeft dat positieve effecten op hun cognitieve, sociale en emotionele ontwikkeling. Bovendien is de impact het grootst voor kinderen uit gezinnen die leven in een maatschappelijk kwetsbare situatie en gezinnen met een migratieachtergrond. Ook Minister van Onderwijs Ben Weyts wil dat zoveel mogelijk kleuters naar school gaan. Hij ambieert in zijn beleidsnota 2019-2024 om extra kinderverzorg(st)ers in het kleuteronderwijs te voorzien. Daarmee wil hij de werkdruk verminderen die kleuteronderwijzers ervaren door het aandeel niet-zindelijke kinderen.

Maar kleuterparticipatie is meer dan aanwezig zijn. De positieve effecten ervan gelden enkel als de educatieve voorzieningen voor jonge kinderen van optimale kwaliteit zijn: kleuterklassen en leefgroepen met relatief weinig kinderen, waar zorg en leren even belangrijk én geïntegreerd zijn, en met veel aandacht voor dialoog met gezinnen, inclusief gezinnen in armoede. Die kwaliteitsvoorwaarden legde de Raad van Europa vast in een Europees kwaliteitskader voor kleuteronderwijs en kinderopvang.

Extra kinderverzorg(st)ers zijn erg welkom op school. Maar je moet die wel doordacht inzetten om de kwaliteit voor kinderen en ouders te verhogen, en om bij te dragen aan werkbaar werk voor zowel kleuteronderwijzers als kinderverzorg(st)ers. Vandaag is dat helaas niet het geval. Luister naar de podcast ‘Naar een slimme inzet van kinderverzorgers in de kleuterklas’ om hier meer over te weten te komen.

VBJK (Centrum voor Vernieuwing in de Basisvoorzieningen voor Jonge Kinderen), onderwijsverstrekkers, expertisecentra en steden sloegen de handen in elkaar. Ze formuleren zes aanbevelingen voor een slimme inzet van kinderverzorg(st)ers in het kleuteronderwijs:

  1. Verander de benaming kinderverzorg(st)er naar kinderbegeleider om de belangrijke brede pedagogische rol van deze beroepsgroep duidelijker en zichtbaarder te maken.
  2. Laat kinderbegeleiders actief samenwerken met de kleuteronderwijzers: samen leren, opvoeden van en zorgen voor jonge kinderen, wat we ‘EDUCARE’ noemen, met respect voor ieders expertise en bagage.
  3. Geef als schooldirectie de kans aan je kleuteronderwijzers en kinderbegeleiders om zich bij te scholen in de EDUCARE-benadering. Zo kunnen ze gezamenlijk reflecteren over hun pedagogische aanpak in de klas en samen acties ondernemen om die te verbeteren.
  4. Verlaag het aantal kinderen per volwassene in de jongste kleuterklassen en voorzie goede zorginfrastructuur in de scholen. Zorg voor een meer duurzame en continue inzet van kinderbegeleiders in plaats van hen enkele uren per week op verschillende locaties in te zetten.
  5. Zorg dat kinderbegeleiders kunnen doorstromen naar de job van kleuteronderwijzer via alternatieve opleidingstrajecten.
  6. Zorg ervoor dat het EDUCARE-samenwerkingsmodel beter geïntegreerd wordt in de opleidingen kinderzorg / begeleider in de kinderopvang, de opleiding leraar kleuteronderwijs, de opleiding pedagogie van het jonge kind en de banaba-opleiding zorgverbreding en remediërend Leren.

Wil je hier meer over weten? Surf dan zeker eens naar het project "Kinderbegeleiders in het kleuteronderwijs",  luister naar de podcast "Naar een slimme inzet van kinderverzorgers in de kleuterklas" van VBJK of lees het artikel in De Standaard "Kinderverzorger, een onmisbaar maar ondergewaardeerd beroep"

Deel dit