Toon Hermans
Verhaal

Zijn in tijden van worden

Kaat Verhaeghe, lector in de opleiding Pedagogie van het jonge kind, schreef een erg knap betoog over de zoektocht naar de betekenis van ‘kind-zijn’ in het hier en nu. We zetten haar artikel dan ook graag in de kijker!

Het ontwikkelingspsychologisch discours stuurt ons de toekomst in. We leven morgen, de focus ligt op het worden. Er wordt uitgegaan van meten is weten, efficiëntie en effectiviteit. Biesta (2018) wijst ons erop dat het huidige onderwijs behavioristisch is geworden. Het gaat om opbrengsten en uitkomsten, om prestaties en gedrag, om meetbaarheid en zichtbaarheid van het leren en de bewijslast die voortdurend op het bordje van de leerling – het kind – wordt gelegd (Biesta, 2018, p. 342).

Ontwikkelingsstadia en -doelen, leerresultaten en eindtermen tonen de norm waartoe onze kinderen moeten groeien. Dit toont niet alleen het eindpunt, maar ook de weg die kinderen moeten volgen, “let the rat race begin”. De maatschappelijke haast is het onderwijs binnengeslopen, snelheid lijkt gewaardeerd te worden (Berding, 2019). Dit psychologiserend taalgebruik beïnvloedt de manier waarop we naar de pedagogische praktijk en kinderen kijken en welke rol volwassenen hierin spelen (Ramaekers, 2019; Vanobbergen, 2014).

Welke prijs betalen we voor onze effectiviteitswens (Biesta, 2018)? Is de school een plek voor versnelling of vertraging (Berding, 2019)? Is onderwijs gericht op de toekomst of het hier-en-nu? Ligt de focus op het wordende of het zijnde kind? En, wat betekent dit voor het opleiden van educatieve professionals?

Morgen?

“Wat wil je worden?”
Vroeg de juf.
Het was in de derde klas.
Ik keek haar aan en wist het niet.
Ik dacht dat ik al iets was.

 

Toon Hermans

Lees je graag het volledig betoog? Je vindt het terug op deze website. Veel leesplezier alvast!

Deel dit