Academisch onderzoek in de kunsten

Onderzoek van de masteropleidingen aan het RITCS

Het onderzoek aan het departement RITCS heeft twee zwaartepunten: enerzijds de ontwikkeling van transdisciplinair artistiek onderzoek, anderzijds de ontwikkeling van transdisciplinair cultuurwetenschappelijk onderzoek. Daarbij bestaan er geen harde schotten tussen de artistieke onderzoekspraktijk en het theoretisch onderzoek. Theoretische reflectie kan uitmonden in een tentoonstelling. Artistiek onderzoek kan leiden tot de publicatie van een monografie. Artistieke en theoretische onderzoeksresultaten worden steeds gecommuniceerd; de vorm van die communicatie is principieel vrij.

De ambitie is om zowel artistiek als reflexief een bevrijdende, emancipatorische rol te spelen ten aanzien van heersende vormen en denkwijzen. Dit is de humane inhoud die het onderzoek aan het RITCS wil geven aan het onderzoeksmanagementsdogma van de ‘innovatie'.

Onderzoekscoördinator: Klaas Tindemans (klaas.tindemans@ehb.be)

Instituut voor Dramatische en Audiovisuele Kunsten (IDeA)

Team: Bert Beyens, Pol Dehert, Lieven De Cauter, Martine Ketelbuters, Peter Krüger, Dieter Lesage, Marc Lybaert, Tim Martens, Geert Opsomer, Bernadette Timmermans, Klaas Tindemans, Karel Vanhaesebrouck

Financiering: academiseringsmiddelen, associatie (BOAB), Hercules

Het Instituut voor Dramatische en Audiovisuele Kunsten (IDeA) verzamelt als onderzoeksgroep een twaalftal kunstenaars en theoretici uit uiteenlopende disciplines. Ze staan tegelijk meestal in voor onderwijsopdrachten in de bachelor- en masteropleiding Audiovisuele Kunsten (met film, televisie, documentaire, schrijven, radio, animatiefilm als afstudeerrichtingen) en de bachelor- en masteropleiding Dramatische Kunsten (met regie en spel als afstudeerrichtingen). Hier ontstaan onder andere collectieve onderzoeksprojecten die de artistieke mogelijkheden onderzoeken van samenwerkingsverbanden tussen verschillende kunstdisciplines (zoals theater en film, radio en performance). Internationaal gerenommeerde kunstenaars kunnen daarbij voor de duur van een specifiek project als externe onderzoekers aangetrokken worden. Ook individuele onderzoeksprojecten onder de vorm van toonaangevend theoretisch onderzoek rond transmedialiteit, theatraliteit, subversiviteit, moderniteit, performativiteit, interculturaliteit en globalisering vinden hun plaats binnen IDeA.

Doordat Erasmus de naam is geworden van een Europees studentenmobiliteitsprogramma wil men wel eens vergeten dat Erasmus ooit een ongemeen kritische humanist is geweest die geen blad voor de mond nam. De subversieve vormen en kritische gedachten in de onderzoeksprojecten van het RITCS stromen op diverse wijzen naar de basisopleidingen door. De onderzoeksresultaten worden ook op geregelde tijdstippen aan de buitenwereld gepresenteerd, onder de vorm van voorstellingen en performances, screenings en lezingen, symposia en festivals, films en boeken. Daarbij verdwijnen ook de schotten tussen de school en de maatschappij. Een festival buiten de school kan een belangrijk moment in een opleiding zijn, een lezing op school kan openstaan voor het brede publiek.

Onderzoek bestaat uit een voortdurende wisselwerking tussen de nood aan een relatieve beslotenheid om gedachten te kunnen laten gisten, om vormen te kunnen laten rijpen, en anderzijds het verlangen om gedachten en vormen mee te delen en de confrontatie met het oordeel van andere onderzoekers en van het bredere publiek aan te gaan. Voor de publieke presentatiemomenten van hun onderzoek werken onderzoekers van het RITCS samen met de meest vooraanstaande artistieke en culturele instellingen en organisaties. Onderzoekers van het RITCS presenteerden hun artistiek werk in de Beursschouwburg en het Kaaitheater in Brussel, het Museum van Hedendaagse Kunst in Antwerpen, in Campo Gent, in het MuseumsQuartier in Wenen of waren als spreker te gast aan tal van buitenlandse kunsthogescholen en universiteiten.
Ook al is het brede publiek er zich nog niet altijd van bewust, toch is veel van hetgeen vandaag op artistiek vlak in Vlaanderen en Brussel, België en Europa te beleven valt mede het resultaat van artistiek onderzoek van de kunstdepartementen en kunsthogescholen. Door hun onderzoeksopdracht zijn deze instellingen immers ook artistieke producenten geworden.

Het RITCS  speelt in deze ontwikkeling - ook internationaal - een toonaangevende rol, onder meer als lid van CILECT, het Centre International de Liaison des Ecoles de de Cinéma et de Télévision, de wereldassociatie van film- en televisiescholen. In 2008 werd departementshoofd Bert Beyens in Beijing verkozen tot ondervoorzitter van CILECT. Onderzoekscoördinator Dieter Lesage is lid van de International Advisory Board van Art&Research, het belangrijkste internationaal online tijdschrift over artistiek onderzoek.

Andere leden van de onderzoeksgemeenschap van het RITCS genieten eveneens internationaal grote erkenning voor hun werk: radiomaakster Martine Ketelbuters, theaterregisseur Pol Dehert, documentairemaker Peter Krüger, filosoof Lieven De Cauter, dramaturg Geert Opsomer en toneelauteur Klaas Tindemans. Verder heeft Bernadette Timmermans een uitgebreide expertise opgebouwd rond preventie van stemproblemen bij professionele stemgebruikers (zoals acteurs, radiomakers en -presentatoren, (toekomstige) leraren, lerarenopleiders en journalisten). Het team rond Marc Lybaert onderzoekt de relatie tussen beeld, werkelijkheid en narrativiteit.

De jongere generatie onderzoekers van het RITCS , met onder meer curator Tim Martens en theater- en cultuurwetenschapper Karel Vanhaesebrouck, gooit internationaal hoge ogen en verzekert de toekomst van IDeA als onderzoeksinstituut van het RITCS  . Met het ontstaan van het doctoraat in de Kunsten en de steun van het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek voor doctoraatsprojecten in de kunsten wil het RITCS vanaf 2010 nog meer jonge onderzoekers aantrekken. Aan het RITCS , dat hiervoor samenwerkt met het Kunstenplatform van de Universitaire Associatie Brussel, zullen zij een uitstekende, internationaal gewaardeerde onderzoeksomgeving vinden voor een gedurfde en maatschappelijk relevante artistieke onderzoekspraktijk.

 

Onderzoek van de masteropleidingen aan de Koninklijk Conservatorium Brussel

In het departement KCB verenigen de actieve onderzoekers zich in de onderzoekscommissie TROBADOR. Ze is samengesteld uit uitvoerende kunstenaars, componisten, muziektheoretici en musicologen. Ze stuurt het onderzoek binnen het Koninklijk Conservatorium aan. Dit onderzoek is in de eerste plaats artistiek. Samen met het Kunstenplatform werd het zogenaamde ‘Brusselse model' ontwikkeld. Dit betekent dat het onderzoeksresultaat relateert aan een kunstwerk, dat in het culturele landschap is ingebed. Het afgelegde onderzoekstraject bevat het verwerven van kunde en kennis en de vaardigheid om intuïtieve, emotionele en spirituele inhouden te hanteren en deze elementen te integreren in het kunstwerk. Het artistiek onderzoek situeert zich bijgevolg voor en tijdens de realisatie van het kunstwerk en heeft het onderzoeksproces als onderwerp.

Onderzoekscoördinator: Christine van den Buys (christine.van.den.buys@ehb.be)

Muziek (Trobador)

De onderzoekscommissie van het Koninklijk Conservatorium Brussel draagt de naam ‘TROBADOR', een oud Frans woord uit de langue d'oc dat ‘vinden' of ‘uitvinden' betekent.

Coördinator: Peter Swinnen (peter.swinnen@ehb.be)

Team: Luc Bergé, Daniël Blumenthal, Bart Bouckaert, Koenraad Buyens, Lien De Cang, Kris Defoort, Jan De Winne, Kristin De Smedt, Paul Dombrecht, Johan Eeckeloo, Ann Eysermans, Lieselotte Goessens, Barthold Kuijken, Pieter Kuijken, Jan Michiels, Bart Quartier, Peter Swinnen, Hans van Daele, Kristin Van den Buys, Peter Van Heyghen, Stefaan Verdegem, Boyan Vodenitcharov, Diederik Wissels, Tom De Cock, Koen Dries, Katarzyna Glowicka Vega, Korneel Le Compte, Tomas Konieczny, Katia Veekmans

Financiering: academiseringsmiddelen, Hercules, associatie (BOAB)

De onderzoekscommissie TROBADOR werd opgericht tijdens het academiejaar 2003-2004. TROBADOR groepeert een aantal onderzoekers van het KCB; het gaat concreet om musici, muziektheoretici en musicologen. TROBADOR stimuleert het artistiek en wetenschappelijk onderzoek en bereidt de onderzoeksbeleidslijnen voor. Het artistiek onderzoek aan het Koninklijk Conservatorium Brussel concentreert zich rond interpretatie, compositie/improvisatie, analyse en organologie. Het wetenschappelijk musicologisch en historisch onderzoek draait rond de culturele aspecten van een grootstedelijke context, met als hoofdthema het muziekleven in Brussel tijdens de 18de, 19de en 20ste eeuw. Ook interdisciplinair onderzoek waarbij academici samenwerken met musici en componisten komt aan bod: het Kunstenplatform van de Universitaire Associatie Brussel geeft aan artistiek onderzoek en doctoraten in de kunsten een hoogstaande invulling.

Om een verantwoorde stijlgebonden interpretatie te realiseren, doet een musicus vooraf veel onderzoek: bijvoorbeeld de selectie van waardevolle composities, de keuze van het ideale instrumentarium en van de juiste uitgave, manuscript of partituur met eventuele aanpassingen, de studie van de correcte speeltechnieken, de analyse van de composities in functie van de interpretatie, enz. Die verschillende aspecten komen uitdrukkelijk terug in de onderzoeksprojecten van het KCB.

Binnen het artistiek onderzoek formuleerde TROBADOR vijf speerpunten (i.e. onderzoeksdomeinen):

 

  • Stijlgebonden interpretatie van zowel het hedendaagse als het historische muziekrepertoire: ontwikkeling van instrumentale technieken, analyses in functie van een uitvoering, ontginning van minder bekend repertoire, speelklaar maken/annoteren van partituren, ... 
  • Compositiestijl binnen zowel een ‘klassieke' context als jazz en lichte muziek: ontwikkeling van nieuwe instrumentale technieken in functie van een nieuwe compositie, analyses in functie van een nieuwe compositie, ontwikkeling van adequate notatiesystemen, ... 
  •  Dirigeerstijl: analyses in functie van een uitvoering, ontginning van minder bekend repertoire, speelklaar maken/annoteren van partituren, ... 
  •  Muzikale analysesystemen 
  •  Improvisatie binnen zowel een klassieke context als binnen jazz en lichte muziek

Hoornist Luc Bergé diept vergeten maar waardevolle hoorncomposities op van de 19de en vroeg 20ste eeuwse Vlaamse componisten Mengal, Dubois en Moulaert en voert ze uit op authentieke instrumenten. Hij zoekt naar de historische hoorns die toen in Vlaanderen werden bespeeld (de "cor d'orchestre" en de Van Cauwelaerthoorns) en bestudeert hun speelwijzen. Daniël Blumenthal onderzoekt en voert de pianomuziek uit van de modernistische Belgische componist Jean Absil. Dirigent Bart Bouckaert onderzoekt "Vortex Temporum" van Gérard Grisey.
Hoboïst en dirigent Paul Dombrecht doet onderzoek naar symfonieën van Eberl (tijdgenoot en leerling van Mozart) en gaat op zoek naar de oude musiceerpraktijk ten tijde van Auguste Gevaert, directeur van het Koninklijk Conservatorium Brussel tijdens de tweede helft van de 19de eeuw. Barthold Kuijken onderzoekt de bronnenstudie, overlevering en uitvoeringspraktijk van de zes fluitconcerti van C.P.E. Bach. Piet Kuijken focust zich op de pianomuziek van Robert Schumann uit de turbulente jaren 1838-1839 en bekijkt hoe hij ze kan interpreteren op een pianoforte uit die tijd, een Streicher. Jan Michiels bestudeert de pianistieke uitvoeringspraktijk waarbij hij de ontelbare en ‘onzegbare' rode draden doorheen het pianorepertoire van Bach tot vandaag probeert bloot te leggen. Marimbaspeler Bart Quartier ontwierp een methode om marimba aan te leren aan jongeren.

Componist Hans Van Daele onderzoekt historische voorbeelden van solozang op poëzie van R.M. Rilke. Pianist Boyan Vodenitcharov verricht onderzoek naar improvisatie in een hedendaagse ‘klassieke' context. Jazzpianist en componist Diederik Wissels onderzoekt de relevantie van de karakterstukjes van Federico Mompou (1893-1987) en diens harmonische taal voor zijn persoonlijke jazzimprovisaties en composities. Onder het motto ‘Messiaen weerspiegeld' ontwikkelt Peter Swinnen een metamodel voor muzikale analyse. Dit onderzoek loopt in samenwerking met onderzoeksgroepen van de VUB.

Momenteel lopen binnen het KCB een aantal doctoraatsprojecten in de Kunsten. Jan De Winne gaat op zoek naar een verloren klank in het project "Traverso's van Johan Joachim Quantz. Stefaan Verdegem realiseert in het kader van zijn doctoraatsproject een geïnformatiseerde catalogus van de westerse hobo's na 1650 van het Muziekinstrumentenmuseum van Brussel en zal de oude historische instrumenten weer tot leven brengen. Peter Van Heyghen doet onderzoek naar de muzikale en scenische uitvoeringspraktijk van de opera "Il trionfo di Camilla, regina de Volsci" (1696) van Giovanni Bononcini (1670-1747) in functie van een hedendaagse uitvoering. Het doctoraatsproject van Bart Bouckaert situeert zich rond de uitvoering van de opera "Julie" van de Belgische hedendaagse componist Philippe Boesmans.
Kris Defoort verricht onderzoek naar een nieuw te componeren opera, "The Time of Our Singing" naar het gelijknamige boek van de Amerikaanse schrijver Richard Powers.

Naast het toegepast artistiek onderzoek, verrichten onderzoekers wetenschappelijk onderzoek. Musicologe Kristin Van den Buys voert onderzoek naar kunstinitiatief en artistieke politiek. Ze bekijkt onder andere de institutionele financierings- en programmatiegeschiedenis van de Filharmonische Vereniging en het N.I.R. en hun respectievelijke orkesten tussen 1929 en 1960. Bibliothecaris en musicoloog Johan Eeckeloo werkt mee aan de Retrospective Index to Music Periodicals (RIPM) indexering. Interessante en unieke historische tijdschriften in de bibliotheek van het Koninklijk Conservatorium worden digitaal ontsloten voor een internationaal publiek. Historicus Koen Buyens voert onderzoek naar de culturele aspecten van grootstedelijke transformatieprocessen, in casu Brussel in de 18de en de 19de eeuw.