U bent hier

Opiniestuk: Het wordt tijd dat de pers positief bericht over de opleiding en het beroep van leraar

Frank Noten, directeur van ons departement Onderwijs & Pedagogie, schreef een opiniestuk om te reageren op de media-aandacht die het (goede!) visitatierapport voor de Lerarenopleiding Secundair Onderwijs kreeg. Lees ook ons persbericht.

Aanleiding voor dit opiniestuk zijn de titels van de artikels die afgelopen vrijdag verschenen ‘Nieuwe leerkrachten onvoldoende voorbereid Lat te laag in opleidingen, zegt onderwijsinspectie’  (DM, 13/3) en ‘Lerarenopleiding bereidt onvoldoende op praktijk voor’ (DS, 13/3). Niet dat we binnen onderwijsland niet zouden kunnen leven met een kritische noot of met een vorm van evaluatie. Het evalueren zit immers in het bloed van onderwijsprofessionals. We zijn dan ook niet tegen evaluatie, integendeel. Maar evaluatie dient in de eerste plaats om aan te geven wat goed gaat en wat beter kan.

Het gaat vooral over de toon die in artikels over (toekomstige) leraren wordt gehanteerd. Hogescholen doen meer dan hun best om toekomstige leraren maximaal voor te bereiden op hun toekomstige job. Een job die steeds complexer wordt. Talenten identificeren en tot bloei laten komen, eindtermen realiseren, aan integrale persoonlijksheidsontwikkeling doen, in team functioneren, met meertalige en wisselende klasgroepen werken, managen van superdiversiteit, omgaan met ouders en leerlingen vanuit verschillende multiculturele en socio-economische achtergronden, omgaan met kinderarmoede, zetelen in klassenraden, verzorgen van leerloopbaanbegeleiding, etc. Om dan nog maar niet te spreken over alle aspecten van onderwijsinnovatie die door o.a. maatschappelijke en technologische ontwikkelingen en met de hervorming van het secundair onderwijs gepaard gaan. Een hele reeks competenties die verworven dienen te worden en die niet vanzelf tot stand komen.  Een job die respect en waardering verdient.

In het Vlaamse regeerakkoord lezen we terecht :”We kiezen dus uitdrukkelijk voor mensen. … In hen willen we investeren. Want precies zij schrijven dagelijks op het terrein het concrete verhaal van morgen. Daarvoor verdienen ze vertrouwen en passende steun. Van de overheid, maar ook breder, van de samenleving”. Het is net dat laatste wat de leraren en lerarenopleiders blijkbaar onvoldoende krijgen vanwege de pers. We moeten echt naar een andere teneur in de berichtgeving over de opleiding, begeleiding en beroep van leraar en hun lerarenopleiders. Vlaanderen staat aan de top, maar toch vinden we het blijkbaar nodig om een vorm van zelfkastijding toe te passen. Onszelf voortdurend onderuit halen in plaats van fier te zijn op de realisaties. Leraren van vandaag worden met talrijke uitdagingen geconfronteerd, niet alleen binnen de klas maar ook binnen het team, de schoolorganisatie en daarbuiten. De wereld wordt alsmaar complexer waardoor ook de opleiding van toekomstige leraren voortdurend complexer en veeleisender wordt. In die zin is het jammer dat er enkel bericht wordt over de negatieve aspecten, alsof al de rest gratuit is. Het is net door de grote inzet van alle betrokkenen dat het onderwijs op peil blijft.

Bovenstaande krantenkoppen werken dan ook demotiverend. Ze brengen een negatieve beeldvorming tot stand die de aantrekkingskracht van het onderwijs en de job van leraar vermindert. En dat is jammer want onderwijs heeft vele en goede krachten nodig. Niet alleen studenten, maar ook goede lerarenopleiders. Ik vraag me af of de journalisten zich hiervan wel voldoende bewust zijn.

Bovendien is het jammer dat er enkel gekeken wordt naar de basisopleiding. De huidige functiebeschrijving met de tien functionele gehelen is een zeer waardevol richtdocument. Dit document bevat alle competenties waarover een toekomstig leraar dient te beschikken. Maar het is ook een zo goed als onmogelijke opdracht om al deze competenties binnen elke leraar te ontwikkelen. Zelfs een driejarige opleiding laat ons niet toe dit ten volle te realiseren. Om superkrachten op te leiden die op een vlekkeloze manier met al deze uitdagingen kunnen omgaan, is er meer nodig. Er is zowel ‘leertijd’ als ‘inleertijd’ nodig. En ook ondersteuning vanuit de overheid, te denken aan aanvangsbegeleiding en mentoruren. Als binnen de universiteiten er nu stemmen opgaan om de lerarenopleiding te beperken tot 45 studiepunten stel ik me de vraag welke formules zij zullen hanteren en hoe zij erin gaan slagen om studenten op de complexe job van leraar voor te bereiden. In mindere mate kan dezelfde vraag gesteld worden van de andere specifieke lerarenopleidingen  die aan de cvo’s verzorgd worden.

Het kan altijd nog beter. Een grondige hervorming van het landschap van de lerarenopleiding, met een geïntegreerde visie en vertrekkende vanuit de uitdagingen binnen ons onderwijs dringt zich meer en meer op. De huidige discussie vertrekt al te vaak vanuit eigenbelang en concurrentiedenken. De jongeren in Vlaanderen verdienen beter. Laten we de handen in elkaar slaan met alle stakeholders, samen met het werkveld, met de begeleidingsdiensten, met de andere lerarenopleiders en met de overheid.  En met de pers…

We dienen de discussie ook in een breder perspectief te zien, dan enkel de initiële opleiding. De opleiding van een toekomstige leraar stopt ook niet op het einde van de opleiding, maar vormt een belangrijke opstap. We zijn het volmondig eens met de voorzitter van de visitatiecommissie als hij stelt dat we naar (h)echte partnerschappen moeten tussen de lerarenopleiding en de scholen. Het doel is een echte win-win voor zowel de student-leraar als voor de secundaire school waarmee wordt samengewerkt. Waar enerzijds de leraar-in-wording grondig kennismaakt met de toekomstige werkplek, geniet die laatste tegelijk in diverse taken ondersteuning. Bovendien laat het de scholen toe hun eigen schoolbeleid samen met de hogeschool vorm te geven. Daar zijn de meeste hogescholen ook mee bezig. Dat dit nog beter kan, wellicht. Dat dit best mee gefaciliteerd wordt vanuit de overheid, uiteraard.

Als Erasmushogeschool Brussel proberen we werk te maken van een brede voorbereiding op de job. Enkele krachtige voorbeelden van dergelijke samenwerkingen die reeds lopen, zijn de beroepstaken die parallel uitgevoerd worden met de didactische stages. Deelname aan klassenraden, oudercontacten, vakwerkgroepen, maar ook projectdagen, toezichten en studie-uren. Een tweede pakket wordt gevormd door o.a. de Buso- en Keuzestages, de Vakoverschrijdende projectweek, het Tutorlezen en de Huiswerkbegeleiding, waarmee projectonderwijs, bijzondere onderwijsnoden, en vormingsinitiatieven bijdragen tot de competentiewaaier van de professionele bachelors. EhB participeert eveneens aan het VUB-project Onderzoekende School: studenten en leraars denken samen oplossingen uit voor concrete praktijkproblemen binnen de secundaire scholen. Deze werkwijze is reeds een vaste waarde binnen onze opleiding.

Met die geïntegreerde aspecten van de lerarenopleiding werkt de hogeschool volop aan het creëren van een (h)echt partnerschap met de scholen. De komende jaren wenst zij hierop verder in te zetten.  Uitbouw van een actieve samenwerking op vlak van onderwijsprojecten, onderwijsinnovatie, onderzoek en gezamenlijke professionaliseringstrajecten. Zelfs op vlak van personeelsbeleid wil EhB onderzoeken hoe we elkaar maximaal kunnen ondersteunen. Echt ‘samen opleiden’ kan pas als studenten lesgeven aan leraren en leraren lesgeven aan studenten. Of wanneer stagescholen zich ontwikkelen tot gespecialiseerde en geprivilegieerde werk- en leerplekken waar onze studenten volwaardig participeren. Maar het partnerschap stopt niet bij het behalen van het einddiploma. De opleiding gelooft sterk in een loopbaanomspannend partnerschap waar de hogeschool ook op andere scharniermomenten in de loopbaan van leraren een belangrijke rol kan en moet spelen, in samenwerking met de begeleidingsdiensten. Life long learning geldt uiteraard ook voor de leraar. Hiervoor hebben we wel nood aan een heus loopbaandebat dat op korte termijn tot concrete beleidsacties leidt. Slechts op deze manier zullen (secundaire) scholen en de lerarenopleiders samen de huidige en toekomstige uitdagingen waar het onderwijs voor staat, aankunnen.

 

Thema

Departement

Deel dit artikel