- PWO project: Het ontslagmanagement in het UZ Brussel: competenties, barrières en rol van de verpleegkundigen en vroedvrouwen voor etnisch en sociaal economisch kwetsbare patiëntengroepen (Verpleegkunde en Vroedkunde)
- Afgeronde PWO-projecten:
- Diversiteit in de teams binnen de gezondheidszorg
- Gezonde voeding in de bijzondere jeugdzorg
- Efficiëntie van een alternatieve methodiek bij het aanleren van basisreanimatie
- Artemisinine Combinatie Therapie-formuleringen voor de behandeling van malaria
- RNA interferentie in myeloma cellen - Detectie van virale DNA of RNA sequenties in patiënten met neurale aandoeningen
Het ontslagmanagement in het UZ Brussel: competenties, barrières en rol van de verpleegkundigen en vroedvrouwen voor etnisch en sociaal economisch kwetsbare patiëntengroepen
- Opleiding: Verpleegkunde en Vroedkunde
- Promotor: Ann Claeys
ann.claeys@ehb.be
Gsm: 0472 96 10 24
Dienstadres: Laarbeeklaan 121, 1090 Jette - Projectmedewerker: Sarah Mortier
sarah.mortier@ehb.be
Tel.: +32 (0)487 344 522 - Projectteam: EhB, VUB, UZ Brussel
- Start: 1/10/2011
Einde : 1/10/2014 - Speerpunt: Zorgberoepen in een multiculturele omgeving
Abstract
In het kader van de verkorting van de ligduur in het ziekenhuis, het correct benutten van de eerste- en tweedelijnsgezondheidszorg en de behoefte aan samenwerking tussen ziekenhuizen en andere (extramurale) voorzieningen worden veel vragen gesteld over de “integratie” van het zorgaanbod en het zorgtraject van de patiënten.
Er is echter bijzonder weinig geweten over hoe gedifferentieerd de begeleiding en omkadering van patiënten-doelgroepen moet ontwikkeld worden. Bijvoorbeeld, de behoeften aan begeleiding en omkadering van kwetsbare patiënten (socio-economisch, allochtoon, laag opgeleid, beperkt netwerk van familie en mantelzorg,…) kan mogelijk verschillen van andere groepen. In dit onderzoek willen we ons in het bijzonder toespitsen op de Brusselse context, die gekenmerkt wordt door een multiculturele en socio-economisch zwakkere bevolking en willen we onderzoeken of het ontslagmanagement dient aangepast te worden.
Verder wil dit onderzoek inzicht verwerven in het type competenties dat vereist is van zorgverstrekkers, en in het bijzonder van verpleegkundigen en vroedvrouwen, om een aangepast en effectief ontslagmanagement vorm te geven in een multiculturele omgeving.
Context (pdf)
Afgerond onderzoek in verband met Gezondheid en Maatschappij
Artemisinine Combinatie Therapie-formuleringen voor de behandeling van malaria
Opleidingen: Biomedische Laboratoriumtechnologie, Voedings- & Dieetkunde, Verpleegkunde en Vroedkunde
Onderzoeker(s): Myriam Brisaert, Veerle Leemans
Contact (e-mail): myriam.brisaert@ehb.be, veerle.leemans@ehb.be
Start: 1/10/2008
Einde: 1/10/2011
In samenwerking met: VUB, Labo Farmaceutische Technologie, Arenco Pharmaceutica, UZ Brussel
Trefwoorden: malaria therapie, ACT - formuleringen, farmacokinetische studie
Malaria is nog steeds een zeer groot gezondheidsprobleem in tropische gebieden. De meeste slachtoffers zijn kinderen jonger dan 5 jaar die leven in Afrika en Zuid-Oost Azië. Artemisinine Combinatie Therapie (ACT) wordt momenteel door de World Health Organization (WHO) aanbevolen als behandeling voor resistente vormen van malaria. De onderzoekers hebben al een aantal formuleringen ontwikkeld voor de behandeling van kinderen en volwassenen met artemether (AM) en amodiaquine (AQ), onder vorm van amodiaquine hydrochloride, als actieve stoffen.
Het doel van dit onderzoek is de biologische beschikbaarheid en de farmacokinetiek van AM en AQ in deze ontwikkelde formuleringen te evalueren. Daartoe nemen een aantal proefpersonen een geneesmiddel in en worden op verschillende tijdstippen bloedstalen genomen en geanalyseerd. Dit gebeurt in samenwerking met het UZ Brussel. De bloedspiegelcurve van deze testpersonen geeft vervolgens de biologische beschikbaarheid en de farmacokinetische parameters weer. De onderzoekers gaan de interactie na tussen de geneesmiddelen AM en AQ. Verder onderzoeken ze de invloed van de toedieningsvorm en van de voeding op de biologische beschikbaarheid. Ook de werking van de geneesmiddelen in het lichaam wordt onderzocht. Tevens zal een vergelijkende studie met reeds gecommercialiseerde geneesmiddelen uitgevoerd worden.
RNA interferentie in myeloma cellen - Detectie van virale DNA of RNA sequenties in patiënten met neurale aandoeningen
Opleidingen: Biomedische Laboratoriumtechnologie
Onderzoeker(s): Peter Kronenberger
Contact (e-mail): peter.kronenberger@ehb.be
Financiering: VUB (HOA)
Start: 1/10/2008
Einde: 28/2/2010
In samenwerking met: VUB (Karin Van der Kerken, Bart Rombaut, Jacques De Grève), UA (Prof. De Deyn)
Trefwoorden: qPCR, RNAi, kanker, myeloma, longkanker, microarray, multiple sclerose
RNA interferentie in myeloma cellen (Horizontale OnderzoeksActie VUB)
Bepaalde proteïnen spelen een centrale rol in de ontwikkeling van kanker. De inhibitie van
deze proteïnen blijkt een doeltreffende manier om de groei van kankercellen te remmen. Een nieuwe aanpak bestaat erin de genactiviteit rechtstreeks te moduleren. Dat kan door gebruik te maken van RNA-interferentie, waarbij kleine RNA-moleculen de vernietiging van boodschapper RNA op een specifieke manier induceren. In dit onderzoek wordt gezocht naar bijzonder efficiënte siRNA-moleculen die de insulineachtige groeifactor receptor als doelwit hebben. Deze receptor speelt een cruciale rol in de ontwikkeling van myelomacellen bij beenmergkanker. Een belangrijk element in dit onderzoek is een nauwkeurige meting van de genactiviteit op een groot aantal stalen.
Detectie van virale DNA of RNA sequenties in patiënten met neurale aandoeningen
(Projectmatig Wetenschappelijk Onderzoek)
Sommige neurale ziekten worden vermoedelijk mee veroorzaakt door virussen. Een voorbeeld is multipele sclerose (MS), een auto-immune aandoening die echter mogelijk een virale oorzaak heeft. De doelstelling van dit onderzoek is het opsporen van kleine hoeveelheden DNA of RNA in het cerebrospinaal vocht van MS-patiënten, en de karakterisering van deze nucleïnezuren. Om de te onderzoeken stalen niet te besmetten met vreemd DNA of RNA wordt de extractie uitgevoerd door een laboratoriumrobot in een gecontroleerde omgeving. De stalen worden geanalyseerd op een microrooster ("microarray") die samengesteld is uit 40.000 oligonucleotiden van alle bekende virale genera, en dit op een chip van slechts één vierkante centimeter. De chip wordt onderworpen aan een laserscan in het "Microarray Facility" van het Vlaams Instituut voor Biotechnologie (VIB). Zowel de samenstelling als de data-analyse van de microarrays gebeurt in eigen beheer.
Diversiteit in de teams binnen de gezondheidszorg
Opleidingen: vroedkunde, verpleegkunde
Onderzoeker(s): Guido Goelen, Gerlinde De Clercq
Contact (e-mail): gerlinde.de.clercq@ehb.be, guido.goelen@ehb.be
Start: 1/10/2008
Einde: 30/9/2011
Trefwoorden: diversiteit, teamwerking in de gezondheidszorg, communicatie, kwaliteit van zorg
Steeds meer leden van etnisch-culturele minderheden zijn actief in de gezondheidszorg. Sommigen doen hierbij echter negatieve ervaringen op. Zij voelen zich minderwaardig en sociaal geïsoleerd of merken wantrouwen en weerstand vanwege patiënten.
De onderzoekers zullen nagaan in hoeverre dit in Vlaanderen het geval is en of twee mogelijke positieve effecten - meer openheid en betere teamwerking - geassocieerd zijn met meer diversiteit binnen het team. Om deze studie te realiseren wordt een enquête georganiseerd onder alle artsen, verpleegkundigen en vroedvrouwen uit een aselecte steekproef van 15 materniteiten en 15 geriatrische diensten in Vlaanderen.
De ervaringen van de leden van etnisch-culturele minderheden en de ervaringen van de overige teamleden die verband houden met diversiteit, worden geïdentificeerd via interviews. De mate waarin ze voorkomen, wordt in kaart gebracht door middel van een vragenlijst, opgesteld als onderdeel van het project.
De graad van bewustzijn en aanvaarding van zowel gelijkenissen als verschillen tussen mensen meten de onderzoekers met de Miville-Guzman Universality-Diversity Scale-Short Form. Ze vergelijken de bekomen waarden met de diversiteitsgraad binnen de teams. De kwaliteit van de teamwerking wordt gemeten met de Safety Attitudes Questionnaire en vergeleken met de graad van diversiteit binnen de teams.
Gezonde voeding in de bijzondere jeugdzorg
Opleidingen: voedings- en dieetkunde, sociaal werk
Onderzoeker(s): Marie-Laure Prevost, Hans Stiens
Contact (e-mail): marie-laure.prevost@ehb.be, hans.stiens@ehb.be
Start: 1/10/2008
Einde: 30/09/2011
In samenwerking met: Logo Brussel, instellingen bijzondere jeugdzorg (vzw Tenuso), Comité Bijzondere Jeugdzorg (regio Brussel-Halle-Vilvoorde), OSBJ (Ondersteuningscel Bijzondere Jeugdzorg), vzw Full Spoon, Elishout
Trefwoorden: voeding, bijzondere jeugdzorg
De opleidingen Voedings- en Dieetkunde en Sociaal Agogisch Werk ontwikkelen op vraag van begeleiders en coördinatoren van instellingen binnen de Bijzondere Jeugdzorg een methodiek om begeleide jongeren gezonde voedingsgewoonten bij te brengen.
De methodiek wordt uitgewerkt in partnerschap met het Lokaal Gezondheidsoverleg Brussel.
De basis voor de methodiek komt voort uit overleg met het Comité Bijzondere Jeugdzorg (regio Brussel-Halle-Vilvoorde) en OSBJ (Ondersteuningscel Bijzondere Jeugdzorg) en uit testprojecten in dagcentra en residentiële centra (vzw Tenuso).
Inhoudelijk gaat het om ervarings- en kennisgerichte vormingen op maat van de jongeren, de begeleiders, de coördinatoren en de koks van de instellingen. De onderzoekers evalueren het effect van de nieuwe aanpak op de eetgewoonten en kennis van de jongeren en de begeleiders i.v.m. gezonde eetgewoonten.
Op het einde van het project wordt het onderzoeksresultaat gepubliceerd in een praktijkboek en op die manier doorgegeven aan andere instellingen binnen de Bijzondere Jeugdzorg.
Efficiëntie van een alternatieve methodiek bij het aanleren van basisreanimatie
Informatie over het onderzoek is te vinden op www.lichamelijkeopvoeding.be.
Opleidingen: lerarenopleiding (secundair onderwijs), verpleegkunde
Onderzoeker(s): Veerle Van Raemdonck, Jean Bauwens, Antoon Hanssens
Contact (e-mail): veerle.van.raemdonck@ehb.be, jean.bauwens@ehb.be, antoon.hanssens@ehb.be
Start: 1/10/2008
Einde: 1/10/2011
In samenwerking met: VUB vakgroep BETR, Belgische Reanimatieraad / Europese Reanimatieraad, Rode Kruis Vlaanderen, Bond voor Lichamelijke Opvoeding
Trefwoorden: methodiek reanimatie, onderzoek Basic life support, EHBO-onderwijs
Een vroegtijdige alarmering enerzijds en het inzetten van de reanimatie anderzijds doet de overlevingskansen bij hartfalen betekenisvol toenemen. Vanuit deze vaststelling zetten verschillende nationale en internationale organisaties zich in om CPR (Cardio Pulmonar Resuscitation) aan te leren.
Een schoolcontext wordt omwille van het grote bereik als ideaal gesuggereerd. Vanuit die bekommernis werd het beheersen van CPR-technieken in Vlaanderen ook opgenomen in de eindtermen van de 2e en 3e graad van het secundair onderwijs. De huidig gebruikte werkwijze is echter niet aangepast aan de schoolcontext en dat kan het leerresultaat negatief beïnvloeden.
De onderzoekers willen binnen dit project de huidige situatie en de bijhorende knelpunten in kaart brengen. Daarnaast willen ze het leerresultaat testen van een nieuwe methodiek waarbij goedkoop en alternatief materiaal gebruikt wordt en dat bij leerlingen uit het secundair onderwijs. De onderzoekers verwachten dat deze aanpak even efficiënt zal zijn dan de tot nu toe gebruikte methodes met gespecialiseerd didactisch materiaal. De verspreiding van de onderzoeksresultaten naar het beroepenveld gebeurt in samenwerking met externe partners.
