Informatie gebruiken: communiceren
Tijdens het schrijven van je paper of werkstuk is het erg belangrijk hoe je de gevonden informatie verwerkt. In je communicatie moet het duidelijk zijn dat al deze informatie niet vooraf in je hoofd zat, maar dat je gebruik hebt gemaakt van verschillende bronnen. Dit noemt men verwijzen: het noemen van de bron van een citaat, omschrijving of idee.
Verwijzingen geven aan op welke bronnen en auteurs je je werkstuk hebt gebaseerd. Literatuurverwijzingen - ook wel referenties genoemd - kunnen in de tekst zelf voorkomen of aan het einde daarvan, in een bibliografie. Het is niet altijd duidelijk aan te geven of je wel of niet een verwijzing moet opnemen in je werkstuk.
Je kan de volgende regels als houvast nemen:
· wanneer je bepaalde informatie al kende voordat je aan je onderzoek begon, hoef je niet te verwijzen
· naar al jaren bekende feiten, zoals een datum die je terug kan vinden in elke encyclopedie (bijvoorbeeld: 1600 - slag bij Nieuwpoort), hoef je ook niet te verwijzen
· alle andere informatie zoals een letterlijk citaat, statistieken of ideeën moeten altijd een verwijzing hebben
· Kom je er niet uit, neem dan gewoon een verwijzing op.
Hoe voorkom je plagiaat?
- noteer altijd nauwkeurig waar je iets gevonden hebt
- noteer altijd nauwkeurig alle gegevens van elk document dat je gebruikt
- gebruik aanhalingstekens wanneer je letterlijk iemands woorden gebruikt
- noem altijd de originele auteur van de informatie of ideeën die je gebruikt
